LECSEA - warmtenet
08/12/2021

LECSEA geeft energiegemeenschappen een boost

Wat?

Een local energy community (LEC) is een juridische entiteit waarin de partners zich verenigen om hernieuwbare energie lokaal te produceren en lokaal te verbruiken, op te slaan of te verkopen. Lokale energiegemeenschappen passen in de brede, ook door de Europese Unie gesteunde transitie van grootschalige, centrale energieproductie naar lokale hernieuwbare energie-installaties. Om die transitie te bevorderen, heeft de EU twee richtlijnen goedgekeurd die de lidstaten momenteel omzetten in eigen regelgeving. Ook de Vlaamse overheid is daarmee bezig: op 30 oktober 2020 werd alvast een voorontwerp van decreet goedgekeurd.

Als klimaatbedrijf zet WVI al langer de schouders onder de transitie van fossiele naar hernieuwbare energie. Lokale energiegemeenschappen zien we als een mogelijkheid om van lokale besturen, burgers en bedrijven actieve actoren op de energiemarkt te maken en ze zo nauwer bij de energietransitie te betrekken. Vooral onze bedrijventerreinen hebben een nog grotendeels onontgonnen potentieel voor hernieuwbare energieproductie. We stimuleren daarom de productie en het gebruik van hernieuwbare energie, met behulp van windturbines, restwarmte en zonnepanelen. Bedrijventerreinen zijn ook erg geschikt om het concept van hernieuwbare energiegemeenschap concreet vorm te geven.

Rol WVI

WVI greep daarom de kans om deel te nemen aan het Europese project LECSEA, dat in het Interreg 2 Zeeëngebied lokale energiegemeenschappen wil helpen oprichten, ondersteunen en stimuleren. Om het pad te effenen voor lokale energiegemeenschappen wil LECSEA onder meer demonstratie- en investeringsprojecten realiseren, juridische aspecten van LEC’s bestuderen, een kennishub oprichten en onderzoeken of een one stop shop voor advies en informatie haalbaar is.

Over het project

SUIKERSITE ALS PILOOT

Bij de reconversie van de Suikersite in Veurne had WVI al van bij de start grote duurzaamheidsambities vooropgesteld, van de gekozen materialen en de inplanting van de gebouwen tot het water- en energieverbruik. Die ambities namen we ook mee bij de selectie van projectontwikkelaar ION als private partner voor het PPS-project Suikerpark. ION vertaalde die ambities onder meer in een warmtenet voor het nieuwe stadsdeel. De benodigde warmte daarvoor wordt in een eerste fase opgewekt met een WKK-centrale op gas. Op termijn is het de bedoeling om industriële restwarmte te gebruiken.

Het is een hele uitdaging om daarvoor een financieel haalbaar bedrijfsmodel te ontwikkelen. Er zijn investeringen nodig in het deel van het warmtenet dat warmte van een bedrijf met warmte-overschotten transporteert naar de nieuwe woonwijk. Die wijk wordt in fasen gerealiseerd, zodat pas op lange termijn voldoende warmte wordt afgenomen om de investering rendabel te maken. In overleg met de Stad Veurne heeft WVI beslist om zelf in te staan voor de link tussen de restwarmtebron – van een nabijgelegen bedrijf – en de eerste fase van Suikerpark. Doordat het project als piloot werd opgenomen in LECSEA wordt 60 procent van de investering gesubsidieerd. WVI grijpt het project ook aan om ervaring op te doen met lokale energiegemeenschappen, om te onderzoeken of en hoe burgers, bedrijven en coöperaties bij de productie en consumptie van restwarmte kunnen worden betrokken en om diverse formules juridisch te laten bestuderen. Daarnaast hebben we de ambitie om de potenties van het warmtenet ook buiten het Suikerpark te verkennen. Er is immers nog genoeg restwarmte beschikbaar om andere stadsdelen of grote gebouwen van warmte te voorzien. In het project LECSEA willen we daarvoor een haalbaar bedrijfsmodel bestuderen.

OOK OP BESTAANDE TERREINEN

Daarnaast onderzoekt WVI in LECSEA of energiegemeenschappen ook op bestaande bedrijventerreinen haalbaar zijn, op basis van zonne-energie. De lokale energiegemeenschap zou dan bijvoorbeeld kunnen voorzien in energie in de vorm van warmte of elektriciteit, bruikbaar voor industriële processen, gebouwenverwarming en/of -koeling, verlichting, laadinfrastructuur enz. We zetten daarvoor een platform voor realtimedatabeheer op, dat bij de bedrijven op het terrein productie, verbruik, overschotten en tekorten moet monitoren. Met die realtimedata kunnen we de uitwisseling van energiestromen tussen de bedrijven optimaliseren en vraag en aanbod efficiënt matchen, zodat we de afname van lokaal geproduceerde zonne-energie kunnen maximaliseren. Dat onderzoek doen we op bestaande terreinen in Veurne, Tielt, Roeselare, Ichtegem en Beernem.

Projectpartners

Tien partners uit Vlaanderen, Frankrijk, Nederland en het Verenigd Koninkrijk nemen eraan deel. Aan Vlaamse kant zijn dat naast WVI ook de UGent, POM West-Vlaanderen en Leiedal, die het project coördineert. Het totale projectbudget bedraagt 6,8 miljoen euro. WVI brengt 1,5 miljoen euro in, waarvan 750.000 euro bestemd is voor het warmtenet op de Suikersite. Van het projectbudget wordt 60 procent gesubsidieerd door het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling (EFRO).

Duur

LECSEA ging van start op 31 januari 2020 en loopt nog tot 31 maart 2023.